DNB verliest van Pensioenfonds Vereenigde Glasfabrieken

Uitspraak 10 september 2013 College van Beroep voor het Bedrijfsleven

Het Pensioenfonds Vereenigde Glasfabrieken vergrootte in oktober 2009 haar belang in fysiek goud tot 12% van haar totale beleggingsportefeuille. DNB vond dat dit percentage tot een niet voldoende gediversificeerde beleggingsportefeiulle leidde en dat het pensioenfonds daardoor artikel 135 van de pensioenwet overtrad. DNB gaf een formele aanwijzing om de belegging in goud af te bouwen tot hoogstens 3% van de totale beleggingsportefeuille.

In artikel 135 van de pensioenwet zijn de eisen met betrekking tot beleggingen opgenomen. Die zijn tamelijk algemeen van aard. Wel is bepaald dat beleggingen in “bijdragende” ondernemingen niet hoger dan 10% van de portefeuille als geheel mogen zijn.

Het pensioenfonds ging tegen de aanwijzing van DNB in beroep bij de rechtbank Rotterdam. Die rechtbank kan beroep tegen aanwijzingen van DNB in behandeling nemen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanwijzing van DNB.

DNB ging vervolgens in hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Ook daar verloor DNB. Het CPB was van oordeel dat pensioenfondsen een zekere ruimte moeten hebben om het beleggingsbeleid zo in te richten dat aan de normen van artikel 135 van de pensioenwet wordt voldaan.

DNB had volgens het CBb niet aangetoond dat het pensioenfonds door de vergroting van de hoeveelheid goud de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de beleggingsportefeuille als geheel in gevaar had gebracht.

Doordat de goudprijs na oktober 2009 stevig was gestegen had het pensioenfonds door de aanwijzing van DNB grote winsten gemist, dus grote schade geleden.

Sinds de wetswijziging van 2012 kan DNB alleen nog maar aansprakelijk gesteld worden voor schade bij grove nalatigheid of opzet, dus vrijwel nooit. Omdat deze zaak zich voor 2012 had afgespeeld kon het pensioenfonds nog wel een schadeclaim indienen.

Leave a Reply